ECLI:NL:RBDHA:2018:14914
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Denemarken primair verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag volgens de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat Denemarken deze verantwoordelijkheid heeft aanvaard en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Denemarken het Vluchtelingenverdrag, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) of Europese richtlijnen niet naleeft. Ook zijn medische klachten zijn onvoldoende onderbouwd om te concluderen dat overdracht naar Denemarken onaanvaardbaar is. De medische voorzieningen in Denemarken worden als vergelijkbaar met die in Nederland beschouwd.
Verder is niet gebleken dat eiser in Denemarken geen adequate hulp kan krijgen bij medische problemen. De rechtbank stelt dat de door eiser aangevoerde feiten en omstandigheden niet zodanig bijzonder zijn dat toepassing van de humanitaire clausule gerechtvaardigd is. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.