ECLI:NL:RBDHA:2018:14999
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken belang bij asielaanvraag na vertrek
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende asielzoeker, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit verzoek is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond in een besluit van 19 november 2018. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 13 december 2018, waarbij eiser noch zijn gemachtigde aanwezig waren, heeft de rechtbank vastgesteld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. De gemachtigde heeft ook brieven retour ontvangen, wat bevestigt dat er geen communicatie meer is.
De rechtbank volgt vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat een vreemdeling die zonder contact te onderhouden vertrekt, daarmee aangeeft geen prijs meer te stellen op bescherming in Nederland. Hierdoor ontbreekt het eiser aan belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang doordat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact onderhoudt.