ECLI:NL:RBDHA:2018:1502
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand deels toegewezen wegens onevenredigheid gedeclareerde uren
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek ex artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand door een gewezen verdachte die werd vrijgesproken van huisvredebreuk, diefstal en vernieling. De verdachte vorderde een bedrag van €6.834,67 voor de kosten van zijn raadsman.
De rechtbank nam kennis van het strafdossier en beoordeelde dat de strafzaak relatief eenvoudig was, met een dossier van 40 pagina’s waarvan 15 pagina’s personalia bevatten. De raadsman had 32 uur gedeclareerd, waaronder bijna 9 uur jurisprudentie- en literatuuronderzoek, 5,5 uur voor het opstellen van een sepotverzoek, 3,5 uur dossierstudie en 5,75 uur voor de pleitnota en het preliminair verweer.
De rechtbank oordeelde dat het aantal gedeclareerde uren niet in verhouding stond tot de eenvoud en omvang van de zaak en dat het niet billijk was dat de Staat alle kosten zou dragen. Daarom werd het verzoek deels toegewezen tot een bedrag van €3.500,-. Het resterende bedrag werd afgewezen.
De beslissing werd genomen in een openbare zitting op 30 januari 2018 door rechter N.F.H. van Eijk.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand deels toegewezen tot €3.500,- wegens disproportionaliteit gedeclareerde uren.