ECLI:NL:RBDHA:2018:1503
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding rechtsbijstandskosten na beleidssepot wegens valse handtekening agent
Verzoeker, een agent, heeft namens een collega een handtekening gezet onder een ambtsedig proces-verbaal. Dit leidde tot een strafrechtelijk onderzoek dat uiteindelijk werd geseponeerd middels een beleidssepot, omdat verzoeker in het disciplinaire traject reeds voldoende was gestraft.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker het aan zichzelf te wijten heeft dat zowel een strafrechtelijk als een disciplinair traject tegen hem zijn gestart. Het handelen van verzoeker is niet acceptabel en het is te verwachten dat hier onderzoek naar wordt gedaan.
Hoewel de verdediging stelde dat het strafrechtelijk traject te vroeg was gestart en dat de handeling niet als valsheid in geschrifte gekwalificeerd kon worden, acht de rechtbank dit niet relevant voor de afwijzing van het verzoek.
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de kosten van de raadsvrouw af wegens het ontbreken van gronden van billijkheid, maar kent wel een bedrag van €550 toe voor de kosten van het indienen en behandelen van het verzoek, omdat hierover discussie op zitting heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: Verzoek om vergoeding van rechtsbijstandskosten wordt afgewezen, met uitzondering van €550 voor de kosten van het verzoek.