ECLI:NL:RBDHA:2018:15118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en belangenafweging gezinsleven
Eiseres, met Iraakse nationaliteit, vroeg asiel aan voor zichzelf en haar drie dochters. Verweerder wees de aanvraag af omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres en haar kinderen niet aannemelijk waren gemaakt. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de overgelegde documenten van de kinderen niet als echt kunnen worden beschouwd. Hierdoor blijft een inhoudelijke beoordeling van hun asielrelaas achterwege.
Eiseres voerde aan dat zij en haar gezin in Karbala hebben gewoond en dat er sprake is van gezinsleven, ondersteund door foto’s en verklaringen. De rechtbank acht deze onderbouwing onvoldoende om het verblijf in Karbala vast te stellen. Tevens weegt de rechtbank de belangen van de Nederlandse staat zwaarder dan die van het gezin, mede omdat de binding met Nederland beperkt is en er gerede twijfels zijn over identiteit en herkomst.
De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van strijd met artikel 8 EVRM Pro en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard.