ECLI:NL:RBDHA:2018:15120
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vervolgingsgevaar en risico ernstige schade in Turkije
Eiser, een Turkse staatsburger, vroeg asiel aan met het argument dat hij in Turkije vervolgd zou worden vanwege een arrestatie in 2009 en dat hij risico loopt op vervolging of ernstige schade bij terugkeer wegens het niet vervullen van de militaire dienstplicht. De rechtbank overwoog dat eiser weliswaar geloofwaardig verklaarde over zijn arrestatie en dienstplicht, maar dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk vervolgd zou worden. Het incident dateerde van 2009 en sindsdien had eiser geen problemen ondervonden, wat door legale reizen en het verkrijgen van identiteitsdocumenten werd ondersteund.
Ten aanzien van de militaire dienstplicht stelde eiser dat hij psychische klachten heeft en als Koerd niet het leger in wil, en dat hij vreest voor slechte behandeling of inzet in conflicten. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom hij geen vrijstelling kon krijgen en dat hij geen poging had gedaan om een medische vrijstelling te verkrijgen. De brief van de psycholoog bevestigde alleen de psychische klachten, maar maakte het risico op vervolging of ernstige schade niet aannemelijk.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar en risico op ernstige schade.