Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2018:15152

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 december 2018
Publicatiedatum
20 december 2018
Zaaknummer
C-09-559513-KG ZA 18-931
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 83 lid 2 GMoVArt. 1019h RvArt. 1019i RvVerordening (EG) nr. 6/2002
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot staking en opgave wegens inbreuk op Gemeenschapsmodel Philips OneBlade

In deze kortgedingprocedure vordert Koninklijke Philips N.V. dat Sundi Electric Technology stopt met het gebruik en de handel in haarverzorgingsproducten die het Gemeenschapsmodel van Philips OneBlade schenden. Philips stelt dat Sundi producten aanbiedt die bij de geïnformeerde gebruiker dezelfde indruk wekken als het beschermde model, met name via de website alibaba.com gericht op de Europese Unie.

De voorzieningenrechter oordeelt dat Philips voldoende spoedeisend belang heeft bij het staken van de inbreuk en wijst dit bevel toe. Tevens wordt Sundi veroordeeld tot het doen van een opgave van productie-, voorraad- en verkoopcijfers, alsmede gegevens over betrokken derden. De vordering tot certificering van deze opgave door een registeraccountant wordt afgewezen vanwege uitvoerbaarheidsproblemen en onduidelijkheid over certificering in China.

Een deel van de opgavevordering, gericht op in- en verkoopprijzen en winst, wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang. Sundi wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom bij overtreding en tot vergoeding van proceskosten, gemaximeerd op een redelijk bedrag. De termijn voor het instellen van een hoofdzaak wordt vastgesteld op zes maanden.

Uitkomst: Sundi wordt bevolen de inbreuk op het Gemeenschapsmodel te staken en tot opgave van productie- en verkoopgegevens, met afwijzing van certificering door een registeraccountant.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel - voorzieningenrechter
zaaknummer / rolnummer: C/09/559513 / KG ZA 18-931
Vonnis in kort geding van 19 december 2018
in de zaak van
KONINKLIJKE PHILIPS N.V.te Eindhoven,
eiseres,
advocaat: mr. S.A. Klos te Amsterdam,
tegen
de vennootschap naar vreemd recht
DONGGUAN SUNDI ELECTRIC TECHNOLOGY CO., LTD (东莞市尚迪电器有科技有限公司), tevens handelend onder de namen
SUNDI ELECTRIC TECHNOLOGY CO., LTD.,
SUNDIen/of
SUNDI HAIRte Guan Cang, Zhangmutou town, Dongguan (Volksrepubliek China),
gedaagde,
niet verschenen
Partijen worden hierna respectievelijk ‘Philips’ en ‘Sundi’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 19 oktober 2018 met producties 1 tot en met 12 en de daarbij gevoegde specificatie van de proceskosten;
  • de op 12 december 2018 gehouden mondelinge behandeling;
  • het tijdens de mondelinge behandeling tegen Sundi verleende verstek.
1.2.
Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
Voor de feiten en het gevorderde wordt verwezen naar het gestelde in de aangehechte kopie van de dagvaarding.
2.2.
Ambtshalve wordt overwogen dat de voorzieningenrechter rechtsmacht toekomt op grond van artikel 83 lid 2 GMoV Pro [1] , gelet op de vestigingsplaats van Philips in Nederland.
2.3.
Philips vordert in de eerste plaats - zakelijk weergegeven - dat de voorzieningenrechter Sundi beveelt te staken ieder gebruik van haarverzorgingsproducten met een vormgeving die bij de geïnformeerde gebruiker geen andere indruk wekt dan het model van Philips OneBlade, althans meer in het bijzonder Sundi beveelt te staken ieder gebruik van het in het lichaam van de dagvaarding beschreven en afgebeelde inbreukmakende product, met inbegrip van het (doen) aanbieden van het inbreukmakende product op de website alibaba.com aan afnemers die zijn gevestigd in de Europese Unie (vordering 1).
2.4.
Deze vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen. De voor een in kort geding te treffen voorlopige voorziening noodzakelijke spoedeisendheid volgt onder meer uit de stelling in de dagvaarding dat sprake is van een voortdurende inbreuk op de rechten van Philips.
2.5.
Tevens vordert Philips - samengevat - dat Sundi wordt veroordeeld tot het doen van een door een registeraccountant gecertificeerde opgave van het aantal geproduceerde, op voorraad gehouden en verkochte exemplaren van het inbreukmakende product, alsmede van de in- en verkoopprijs van het inbreukmakende product, de winst die Sundi heeft gemaakt met de verkoop van het inbreukmakende product, en de naam- en adresgegevens van de leveranciers en/of producenten en/of importeurs en/of andere derden die betrokken zijn (geweest) bij de verhandeling van het inbreukmakende product (vordering 3).
2.6.
De vordering om de opgave te doen waarmerken door een registeraccountant zal worden afgewezen. Hetgeen met betrekking tot de accountant wordt gevorderd komt neer op een verklaring dat de opgave, voor zover verifieerbaar, een getrouwe weergave van de werkelijkheid vormt. Dit vormt in wezen een opdracht voor het geven van een vorm van
assurance. De voorzieningenrechter is ermee bekend dat een (register)accountant, zeker als die accountant niet de huisaccountant is, die
assuranceniet kan geven. Toewijzing van het gevorderde leidt derhalve gemakkelijk tot executieproblemen. Philips heeft ter zitting toegelicht dat zou kunnen worden volstaan met een Chinese equivalent van een door een (register)accountant gecertificeerde opgave, maar Philips niet heeft toegelicht hoe de certificering in China is geregeld. Mede gelet op het feit dat aan de veroordeling tot het doen van opgave een dwangsom zal worden verbonden, worden de aanzienlijke kosten die met de certificering gemoeid zijn, niet gerechtvaardigd door de (mogelijk beperkte) extra zekerheid die Philips daardoor zal worden geboden, althans heeft Philips dit niet inzichtelijk gemaakt.
2.7.
Uit de toelichting van Philips ter zitting volgt dat de vordering tot het doen van opgave van de in- en verkoopprijs van het inbreukmakende product en van de door Sundi gemaakte winst (vordering 3 onder d. en e.) uitsluitend ziet op het vaststellen van de gestelde schade van Philips, althans de (eventuele) vordering tot winstafdracht. Het spoedeisend belang bij dit deel van de vordering is onvoldoende gebleken. De gestelde samenhang met de overige vorderingen is daartoe niet voldoende. Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.
2.8.
Het spoedeisend belang bij de opgave van de overige gegevens (vordering 3 onder a., b., c. en f.) heeft Philips voldoende toegelicht, door erop te wijzen dat zij die gegevens nodig heeft om haar rechten (ook jegens derden) te kunnen handhaven. De vordering tot het doen van opgave komt de voorzieningenrechter daarom voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.
2.9.
De gevorderde dwangsommen (vorderingen 2 en 3) zullen worden gematigd en gemaximeerd op de wijze zoals in het dictum vermeld.
2.10.
Sundi zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Philips zullen, zoals gevorderd door Philips, met toepassing van artikel 1019h Rv [2] worden begroot (vordering 4). Bij de dagvaarding is een kostenspecificatie gevoegd ter hoogte van € 34.247,33. Bij de ambtshalve beoordeling hiervan zoekt de voorzieningenrechter aansluiting bij de indicatietarieven die voor intellectuele eigendomsrechten zijn vastgesteld [3] . Gelet op alle omstandigheden, is deze zaak als een normaal kort geding te beschouwen in de zin van die regeling. De voorzieningenrechter acht de door Philips opgegeven kosten daarom onredelijk en onevenredig voor zover zij het bedrag van € 15.000,-- overschrijden. De voorzieningenrechter zal de proceskosten tot laatstgenoemd bedrag toewijzen, vermeerderd met het griffierecht van € 626,--, de dagvaardingskosten van € 81,--, en de overige verschotten ter hoogte van € 2.927,62, derhalve in totaal € 18.634,62.
2.11.
De termijn voor het instellen van de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv zal worden bepaald op zes maanden.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
beveelt Sundi binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden ieder gebruik, daaronder begrepen het importeren, exporteren, produceren, adverteren, verhandelen en/of verkopen in, naar en binnen de Europese Unie van:
  • haarverzorgingsproducten met een vormgeving die bij de geïnformeerde gebruiker geen andere indruk wekt dan het model van Philips OneBlade trimmer als ingeschreven als Gemeenschapsmodel onder nr. 002496497-0004 en zoals beschreven en afgebeeld in het lichaam van de aangehechte dagvaarding;
  • meer in het bijzonder, het in het lichaam van de aangehechte dagvaarding beschreven en afgebeelde inbreukmakende product, met inbegrip van het (doen) aanbieden van het inbreukmakende product op (een onderdeel van) de website alibaba.com aan afnemers die zijn gevestigd in de Europese Unie;
3.2.
beveelt Sundi binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaten van Philips een opgave, gestaafd door (duidelijk leesbare kopieën van) alle relevante bescheiden, te doen van de volgende gegevens:
  • het totaal aantal exemplaren van het inbreukmakende product dat Sundi en/of een derde partij voor Sundi in de Europese Unie heeft geproduceerd dan wel heeft laten produceren;
  • het totaal aantal exemplaren van het inbreukmakende product dat Sundi en/of een derde partij voor gedaagde in de Europese Unie in voorraad houdt;
  • het totaal aantal exemplaren van het inbreukmakende product dat Sundi in de Europese Unie heeft verkocht;
  • de volledige naam/namen en adres/adressen van de leveranciers en/of producenten en/of importeurs en/of eventuele andere derden die betrokken zijn (geweest) bij de verhandeling van het inbreukmakende product;
3.3.
veroordeelt Sundi aan Philips te voldoen:
  • een dwangsom van € 1.000,-- voor iedere handeling waarmee het bevel van 3.1 wordt overtreden of - zulks ter keuze aan Philips - voor ieder afzonderlijk exemplaar van een product waarmee dit bevel wordt overtreden;
  • een dwangsom van € 5.000,-- per gegeven waarmee het bevel van 3.2 wordt geschonden of - zulks ter keuze aan Philips - per dag waarop dit bevel wordt geschonden;
een en ander tot een gezamenlijk maximum van in totaal € 150.000,-- is bereikt;
3.4.
veroordeelt Sundi in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Philips tot op heden begroot op € 18.634,62;
3.5.
bepaalt de termijn voor het instellen van een eis in de hoofzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na de datum van dit vonnis;
3.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2018.
hb

Voetnoten

1.Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen ("GMoV")
2.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
3.Indicatietarieven in IE-zaken, versie 1 april 2017