ECLI:NL:RBDHA:2018:15158

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2018
Publicatiedatum
20 december 2018
Zaaknummer
NL18.21803
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 Vo 604/2013Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker aan Italië

Verzoekster, een Eritrese asielzoeker, had een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aangevraagd, maar verweerder (Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid) nam de aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.

Verweerder vroeg om vervroeging van de zitting over de voorlopige voorziening, maar gaf later aan zich niet te verzetten tegen toewijzing. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit geschorst moet worden en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Italië totdat op het beroep is beslist.

Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 501,-, te betalen aan de rechtsbijstandverlener vanwege verleende toevoeging. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er is geen rechtsmiddel tegen mogelijk.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoekster mag niet worden overgedragen aan Italië totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.21803

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

gemachtigde: mr. C.K.E.E. Fischer-Fuhler,
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 november 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

Verzoekster is van Eritrese nationaliteit. Zij is geboren op [geboortedatum].
Bij schrijven van 11 december 2018 heeft verweerder verzocht de ingediende voorlopige voorziening NL18.21803, welke op 15 januari 2019 op zitting staat, naar voren te halen. Aangezien ingevolge artikel 27, derde lid, Vo 604/2013, een eerst ingediende
voorlopige voorziening afgewacht mag worden. Nu de uiterste overdrachtsdatum is
gesteld op 15 januari 2019 en de overdracht gelet hierop illusoir dreigt te worden.
Bij schrijven van 14 december 2018 heeft verweerder aangegeven zich niet te verzetten tegen het toewijzen van de gevraagde voorziening.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening toe en zal verweerder verbieden verzoeker over te dragen aan Italië voordat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 501,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan verzoekster een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Italië totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 501,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Banda, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van H.B. Slot-Akkerman, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: 18 december 2018.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.