ECLI:NL:RBDHA:2018:15197
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag nareis wegens verbroken gezinsband na echtscheiding
Eiser, met Libanese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij zijn ex-echtgenote, die in Nederland verblijft met een verblijfsvergunning asiel. De aanvraag werd afgewezen omdat het huwelijk sinds 31 juli 2010 ontbonden is en eiser niet meer bij referente en zijn kinderen woont, waardoor de feitelijke gezinsband is verbroken.
Eiser stelde dat hij vanwege de zorg voor zijn minderjarige kinderen, waaronder een kind met een ontwikkelingsachterstand, toch tot het gezin behoort en dat Nederland een positieve verplichting heeft om de mvv te verlenen. Tevens voerde hij aan dat ten onrechte is afgezien van het horen in bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de verbroken gezinsband leidend is en dat het beleid inzake mvv-aanvragen geen ruimte biedt voor een belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro binnen deze procedure. Ook vond de rechtbank dat het afzien van het horen in bezwaar terecht was, omdat geen reëel perspectief op een ander besluit bestond. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvraag wegens verbroken gezinsband.