ECLI:NL:RBDHA:2018:15240
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met land van herkomst
Eiseres, een Pakistaanse vrouw, vroeg een visum voor kort verblijf aan om haar in Nederland wonende echtgenoot te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiseres onvoldoende had aangetoond dat zij een sociaal en economisch sterke binding met Pakistan heeft die haar tijdige terugkeer waarborgt. Ook waren onvoldoende financiële middelen aangetoond voor verblijf en terugreis.
Eiseres voerde aan dat zij een rechtsgeldig huwelijk heeft, een spilfunctie binnen haar familie vervult, huurinkomsten ontvangt en dat zij door een mondelinge toelichting in bezwaar haar situatie beter had kunnen toelichten. De rechtbank oordeelde dat de sociale binding onvoldoende was aangetoond, mede omdat haar meerderjarige kinderen zelf verantwoordelijk zijn voor hun huishouden en haar echtgenoot in Nederland woont. De economische binding werd onvoldoende geacht omdat niet is gebleken dat haar aanwezigheid noodzakelijk is voor haar verhuuractiviteiten.
Verder werd geoordeeld dat het achterwege laten van een hoorzitting in bezwaar niet onrechtmatig was omdat het bezwaar geen nieuwe feiten bevatte die het eerdere besluit zouden veranderen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende sociale en economische binding met het land van herkomst.