Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het op 9 mei 2018 ingekomen verzoekschrift,
- het op 10 oktober 2018 ingekomen verweerschrift.
- [verzoeker] , vergezeld van mrs. Roomberg, Van Stigt en Stikkelbroeck,
- de heer [X] , bestuurder van [BV I] ,
- mw. [A] , namens het Openbaar Ministerie,
- mw. [B] , juridisch adviseur bij het Ministerie van Financiën,
- mrs. Engels en Ten Kroode.
2.De feiten
3.Het verzoek
- zijn privacy en persoonlijke levenssfeer te schenden,
- onrechtmatig gebruik te maken van strafvorderlijke maatregelen en het onnodig lang laten voortduren daarvan,
- zonder rechtsgrond gegevens uit te wisselen,
- zijn eer en goede naam aan te tasten,
- toebrenging van overige immateriële schade,
- te handelen in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.