Verzoeker, een Afghaanse minderjarige, heeft een aanvraag tot machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de primaire voorziening, die verzoeker zou toelaten tot Nederland zolang op bezwaar wordt gewacht, niet kan worden toegewezen omdat daarvoor zeer bijzondere omstandigheden ontbreken. Verzoeker verblijft al ruim drie jaar bij de zwager van de referent en er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verblijf aldaar onhoudbaar is.
Wel is een subsidiaire voorziening toegewezen die verweerder opdraagt binnen afzienbare tijd, uiterlijk 1 januari 2019, te beslissen op het bezwaar. Dit is gerechtvaardigd vanwege het minderjarige leeftijd van verzoeker, het belang van tijdige hereniging met familie en het ontbreken van een redelijke beslistermijn door verweerder. Tevens is verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.