ECLI:NL:RBDHA:2018:15464
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek wegens onvoldoende bewijs medische noodzaak en toegankelijkheid zorg in India
Eiseres, van Indiase nationaliteit, vroeg uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege ernstige medische aandoeningen. Verweerder wees dit af, stellende dat noodzakelijke medische zorg beschikbaar is in India en dat mantelzorg niet medisch noodzakelijk is.
De rechtbank overwoog dat eiseres onvoldoende concrete aanknopingspunten had om de juistheid van de vier BMA-adviezen te betwisten, waarin werd vastgesteld dat zij kan reizen en de benodigde zorg in India beschikbaar is. Eiseres stelde dat de zorg in India feitelijk niet toegankelijk is vanwege hoge kosten, maar zij gaf onvoldoende inzicht in de totale medische kosten en de frequentie van behandelingen.
Voorts oordeelde de rechtbank dat toetsing aan artikel 8 EVRM Pro niet aan de orde was binnen het kader van artikel 64 Vw Pro 2000. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter A.K. Mireku op 20 december 2018.
Uitkomst: Het beroep op uitstel van vertrek wegens medische redenen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.