Eiser heeft een asielaanvraag ingediend met de stelling dat hij van Mauritaanse nationaliteit is en als kind ontvoerd en als slaaf uitgebuit is. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege wisselende gegevens over naam, geboortedatum en nationaliteit, en het ontbreken van identiteitsdocumenten.
De rechtbank constateert dat eiser vaag en weinig gedetailleerd heeft verklaard over zijn woonomgeving in het land van herkomst en dat zijn taalgebruik (Wolof) niet overeenkomt met de Mauritaanse situatie waar Hassaniya-Arabisch wordt gesproken. Hoewel eiser een laag intelligentie- en opleidingsniveau heeft, had hij meer gedetailleerd kunnen verklaren over zijn jeugdjaren.
Verweerder heeft daarom de identiteit en herkomst niet geloofwaardig geacht en het beroep ongegrond verklaard. Ook het subsidiaire verweer dat het relaas over ontvoering en slavernij ongeloofwaardig is, wordt door de rechtbank onderschreven. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist.