ECLI:NL:RBDHA:2018:1547
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en relaas uit veilig land van herkomst
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, vroeg op 8 november 2017 een verblijfsvergunning asiel aan. Hij stelde ten onrechte veroordeeld te zijn in Algerije voor witwassen en mishandeling. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat eiser geen bewijsstukken overlegd had en wisselende persoonsgegevens gaf.
De rechtbank bevestigde dat de identiteit van eiser ongeloofwaardig was, mede door tegenstrijdige gegevens in het Eurodac-systeem en verklaringen. Ook was het relaas over zijn veroordeling intern tegenstrijdig en niet onderbouwd met documenten, ondanks voldoende tijd om deze te overleggen.
Aangezien Algerije als veilig land van herkomst geldt en eiser niet aannemelijk maakte dat dit voor hem anders is, oordeelde de rechtbank dat de aanvraag terecht werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af wegens ongeloofwaardige identiteit en relaas.