Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 april 2018 in de zaak tussen
[eiser]
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is geconfronteerd met een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Marokko zou zijn, of dat dit onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende gegevens heeft over de afgifte van laissez-passers en het daadwerkelijk uitzetten van vreemdelingen naar Marokko. Dit biedt een redelijk vooruitzicht op verwijdering. Daarnaast weegt de rechtbank de belangenafweging: gedurende de eerste zes maanden van bewaring gaat de voorkeur uit naar de belangen van verweerder, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, wat hier niet het geval is.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.F. Frankruijter en griffier C. Groenewegen op 4 april 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.