ECLI:NL:RBDHA:2018:15515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid geloof en seksuele geaardheid
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van asiel. Hij stelde dat hij christen is geworden en homoseksueel is, en dat hij daardoor bij terugkeer naar Iran vervolging en onmenselijke behandeling vreest.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, onder meer omdat de verklaringen van eiser over zijn geloofsverdieping en seksuele geaardheid niet geloofwaardig waren. De rechtbank bevestigt deze beoordeling en wijst op tegenstrijdigheden in het asielrelaas, onvoldoende onderbouwing van de bekering, oppervlakkige en tegenstrijdige verklaringen over zijn homoseksualiteit en relatie, en het ontbreken van overtuigende details over de vermeende problemen in Iran.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vluchteling is of een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. Tevens is het opleggen van een inreisverbod voor twee jaar gegrond. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.