ECLI:NL:RBDHA:2018:15589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kostendekkendheid en opbrengstlimiet legesverordening omgevingsvergunning gemeente Den Haag
Eiseres betwistte de kostendekkendheid van de Legesverordening omgevingsvergunning 2013, versie 2016 van de gemeente Den Haag en stelde dat de opbrengstlimiet van artikel 229b, eerste lid, van de Gemeentewet werd overschreden, waardoor de verordening onverbindend zou moeten worden verklaard. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende inzicht had gegeven in de kostendekkendheid door het overleggen van een VNG-model kostenonderbouwing, waaruit bleek dat de baten 92,36% van de lasten bedroegen.
Eiseres voerde aan dat bepaalde kostenposten, zoals overhead, huisnummering, facturatie en toeslagen voor adviesdiensten, onterecht in de lasten waren opgenomen en dat het gehanteerde uurtarief te hoog was. De rechtbank stelde vast dat verweerder deze kostenposten voldoende aannemelijk had toegelicht en dat de indirecte overheadkosten terecht en proportioneel waren meegenomen. Ook de post verminderingsbesluiten werd door verweerder verantwoord met ervaringscijfers, wat door de rechtbank als voldoende werd beoordeeld.
Verder stelde eiseres dat de gerealiseerde legesopbrengsten in 2016 bijna twee keer zo hoog waren als geraamd, wat volgens haar een onjuiste raming betekende. De rechtbank oordeelde dat verweerder de opbrengsten bouwleges voor 2016 wel in redelijkheid had kunnen ramen en dat de meeropbrengst werd verantwoord als voorziening voor het volgende jaar. Kruissubsidiëring binnen de verordening werd toegestaan en er was geen sprake van overschrijding van de opbrengstlimiet die tot onverbindendverklaring zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 20 december 2018.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de legesverordening blijft verbindend.