ECLI:NL:RBDHA:2018:15703
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser diende op 28 juli 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Zwitserland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland heeft een verzoek tot terugname bij Zwitserland ingediend, dat is aanvaard.
Eiser betoogde dat Zwitserland een minder gunstig asielbeleid voert dan Nederland, onder verwijzing naar diverse buitenlandse uitspraken en rapporten. De rechtbank oordeelde dat dit op zichzelf niet betekent dat Zwitserland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Eiser maakte niet aannemelijk dat er sprake is van systeemtekortkomingen in Zwitserland die het interstatelijk vertrouwensbeginsel zouden doorbreken.
Voorts werd vastgesteld dat Zwitserland het asielverzoek van eiser in behandeling zal nemen en dat er geen aanwijzingen zijn voor indirect refoulement. Ook het verschil in geboortedatum dat eiser had opgegeven werd door verweerder terecht terzijde gelegd, omdat eiser geen authentieke documenten overlegde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.