ECLI:NL:RBDHA:2018:15734
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Sleeswijk Visser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eisers, van Djiboutiaanse nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op de Dublinverordening, waarbij Nederland Zweden heeft verzocht de eisers terug te nemen en Zweden dit verzoek heeft geaccepteerd.
Eisers voerden aan dat zij langer dan drie maanden buiten het grondgebied van de lidstaten verbleven en dat Zweden niet langer verantwoordelijk zou zijn. Tevens vreesden zij voor racistisch en discriminatoir geweld in Zweden en indirect refoulement bij overdracht. De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende bewijs leverden van hun verblijf buiten de lidstaten en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Zweden niet doorbroken was.
De rechtbank concludeerde dat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling.