ECLI:NL:RBDHA:2018:15751
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Sleeswijk Visser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Soedanese Fur uit Darfur met Khartoem als vestigingsalternatief
Eiser, een Soedanese nationaliteit dragende Fur uit Darfur, heeft een asielaanvraag ingediend die is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hij stelde dat hij vanwege zijn etnische achtergrond en ervaringen in de oorlog in 2002 bescherming nodig had. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser geloofwaardig is over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst, evenals over zijn verblijf in vluchtelingenkamp [X] en periodes in Khartoem.
Verweerder heeft echter geoordeeld dat Khartoem als vestigingsalternatief kan dienen, mede omdat eiser daar heeft gewerkt en zijn echtgenote met familie woont. De rechtbank volgt dit oordeel en constateert dat eiser niet behoort tot een risicogroep volgens het landenbeleid, mede omdat hij zijn verblijf in Khartoem lijkt te marginaliseren en geen problemen daar heeft ondervonden.
Eiser voerde aan dat hij met een tolk Fur had moeten worden gehoord en dat het landenbeleid onjuist is toegepast, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren. De aanvraag is dan ook terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Khartoem als vestigingsalternatief geldt en eiser niet tot een risicogroep behoort.