ECLI:NL:RBDHA:2018:15817
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvragen wegens Dublinverordening
Eisers, allen met de Russische nationaliteit, dienden op 9 augustus 2018 een asielaanvraag in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze niet in behandeling omdat Oostenrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Uit Eurodac bleek dat eisers eerder asielaanvragen in Oostenrijk en Duitsland hadden ingediend die door Oostenrijk waren afgewezen.
Verweerder verzocht Oostenrijk om eisers terug te nemen, wat werd bevestigd op grond van artikel 18 van Pro de Dublinverordening. Eisers betoogden dat verweerder niet had gereageerd op hun verzoek om claimakkoorden en uitstel, maar dit werd niet onderbouwd en het dossier gaf hier geen aanleiding toe.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de besluiten voldoende had gemotiveerd en dat de zienswijzen van eisers inhoudelijk niet verschilden. De vrees voor indirect refoulement werd door verweerder adequaat weerlegd met garanties van Oostenrijk en toepasselijkheid van Europese richtlijnen. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-inhoudelijke behandeling van de asielaanvragen is ongegrond verklaard.