ECLI:NL:RBDHA:2018:1606
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag biseksuele Iraanse man wegens ongeloofwaardigheid relaas
Eiser, een Iraanse man die zich als biseksueel identificeert, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij in Iran vervolging en de doodstraf riskeert vanwege zijn seksuele geaardheid en dat hij ook vreest voor wraak van de familie van zijn partner en verstoting door zijn eigen familie. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas van eiser.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het relaas van eiser zorgvuldig en overeenkomstig de Werkinstructie 2015/9 had beoordeeld. De rechtbank onderschreef dat eiser tegenstrijdig, vaag en summier had verklaard over zijn bewustwordings- en acceptatieproces van zijn seksuele geaardheid, zijn religieuze achtergrond en zijn relaties. Ook waren de verklaringen over de gevolgen van ontdekking van zijn relaties en zijn verblijf in Nederland niet aannemelijk.
Gelet op deze ongeloofwaardigheid kon eiser niet aannemelijk maken dat hij een reëel risico loopt bij terugkeer naar Iran. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een asielvergunning af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van het relaas.