Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2018 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, samen eisers,
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder tot weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank heeft in een eerdere tussenuitspraak vastgesteld dat verweerder het beroep op bewijsnood met betrekking tot het huwelijk niet deugdelijk heeft gemotiveerd en onvoldoende onderzoek heeft verricht, waaronder het niet betrekken van de kerkelijke huwelijksakte en het nalaten van een hoorzitting in bezwaar.
Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak aangegeven geen gebruik te maken van de gelegenheid om de gebreken te herstellen. De rechtbank verklaart daarom het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2, 7:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met inachtneming van de uitspraak en tussenuitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eisers.
De uitspraak is gedaan door rechter B. van Velzen en griffier W. Roozeboom op 22 oktober 2018. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit op bezwaar binnen zes weken.