ECLI:NL:RBDHA:2018:16197
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing beroep verblijfsvergunning driejarenbeleid na relevant tijdsverloop
Eiser, een Turkse zelfstandige, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid. Verweerder wees deze aanvraag af omdat volgens hem niet aan het vereiste tijdsverloop van drie jaar was voldaan, mede doordat de periode van hoger beroep niet werd meegeteld.
De rechtbank stelt vast dat eiser al vóór de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aan de voorwaarden van het driejarenbeleid voldeed en dat gedurende de gehele procedure, inclusief de periode van hoger beroep, eiser niet kon worden uitgezet vanwege voorlopige voorzieningen. Hierdoor is het tijdsverloop van ruim drie jaar relevant.
De rechtbank volgt de eerdere jurisprudentie en oordeelt dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege het relevante tijdsverloop in het driejarenbeleid.