ECLI:NL:RBDHA:2018:16209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen WOZ-waarde woning in Den Haag
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Den Haag, die door verweerder was vastgesteld op €638.000 en na bezwaar verlaagd tot €584.000. Eiser stelde dat de waarde lager moest zijn vanwege de ongunstige ligging en plannen van een buurman voor een grote varkensstal. Hij overlegde een taxatierapport met een waarde van €585.000 op 12 november 2017, maar corrigeerde dit naar €475.000 vanwege waardestijging.
Verweerder onderbouwde de waarde met een waardematrix van €585.180 en betwistte de plannen voor de varkensstal. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede door de systematische vergelijking met vergelijkingsobjecten en de toekenning van een matige ligging (vlokcode 2) vanwege een actieve boerderij naast de woning.
De rechtbank vond de stelling van eiser over de varkensstal niet aannemelijk en wees het taxatierapport af vanwege de afwijkende waardepeildatum en ongeschikte vergelijkingsobjecten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning is ongegrond verklaard.