Uitspraak
[naam] , eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin werd vastgesteld dat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht is uitgegaan van de Eurodac-gegevens waaruit blijkt dat eiseres in Slovenië is geregistreerd als asielzoeker. De ontkenning van eiseres dat zij in Slovenië asiel heeft aangevraagd, woog niet op tegen deze harde gegevens. Ook het argument dat Griekenland verantwoordelijk zou zijn omdat zij via dat land de EU is binnengekomen, was onvoldoende onderbouwd.
Daarnaast heeft eiseres een beroep gedaan op de humanitaire clausule vanwege suïcidale gedachten en familiebanden in Nederland. De rechtbank stelde vast dat deze omstandigheden onvoldoende met medische stukken waren onderbouwd en dat verweerder zijn beoordelingsruimte terecht heeft benut om de humanitaire clausule niet toe te passen.
Tot slot was er een betoog dat overdracht aan Slovenië zou leiden tot schending van artikel 4 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de EU, maar ook dit werd verworpen omdat geen onomkeerbare medische gevolgen aannemelijk waren gemaakt en een fit-to-fly-verklaring vereist is.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het Dublin-besluit wordt ongegrond verklaard en de humanitaire clausule wordt niet toegepast.