ECLI:NL:RBDHA:2018:16397
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning in relatie tot ligging en waardedrukkend effect fietstunnel
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning voor het kalenderjaar 2018, die door verweerder was vastgesteld op € 851.000. Eiser stelde dat de waardering onvoldoende rekening hield met het waardedrukkende effect van een aan te leggen fietstunnel en de ligging van de woning. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatieverslag en een waardematrix, waarin systematisch vergelijkbare referentieobjecten werden gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De vergelijkingsobjecten waren qua type, bouwjaar, grootte en ligging vergelijkbaar met de woning van eiser. Verweerder had met de gehanteerde eenheidsprijs per kubieke meter rekening gehouden met verschillen in ligging, waaronder nabijheid van voorzieningen en de aanwezigheid van hoogspanningskabels.
De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat onvoldoende rekening was gehouden met het waardedrukkende effect van de fietstunnel. Ook een mogelijke hogere kwalificatie van de kwaliteit van een referentieobject zou niet leiden tot een lagere waarde dan de vastgestelde € 851.000. De aanslag onroerende-zaakbelastingen die op deze waarde was gebaseerd werd daarmee ook als correct beoordeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter D.M. Drok op 27 december 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 851.000 wordt ongegrond verklaard.