ECLI:NL:RBDHA:2018:16470
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod in vreemdelingenrecht
De zaak betreft een beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit en een inreisverbod die op 4 oktober 2017 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn uitgevaardigd. Eiser werd bevolen de EU onmiddellijk te verlaten vanwege het risico op het onttrekken aan toezicht, mede omdat hij illegaal probeerde uit te reizen naar het Verenigd Koninkrijk.
De rechtbank oordeelt dat eiser ten tijde van het terugkeerbesluit niet rechtmatig in Nederland verbleef, omdat hij niet op de voorgeschreven wijze Nederland was binnengekomen en zich had onttrokken aan toezicht. Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt daarom ongegrond verklaard.
Echter slaagt het beroep tegen het inreisverbod van twee jaar, omdat de motivering van het besluit onvoldoende is. Eiser had tijdens het gehoor verklaard bij familie in Italië te verblijven, maar het besluit vermeldde niet waarom dit geen reden was om af te zien van het inreisverbod. De rechtbank vernietigt daarom het inreisverbod, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand.
Tot slot veroordeelt de rechtbank de verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van €1.252,50, te betalen aan de gemachtigde van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard, het inreisverbod wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.