Eiseres, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis ten behoeve van haar ouders en nichtjes. Verweerder wees het verzoek af omdat de aanvraag werd ontvangen op de dag dat de referent meerderjarig werd, waardoor volgens verweerder de status als begunstigde van de Gezinsherenigingsrichtlijn was verloren.
De rechtbank oordeelt dat het arrest van het Hof van Justitie niet van toepassing is in deze situatie, omdat de referent tijdig als minderjarige om gezinshereniging heeft verzocht en het verzoek niet kon worden ingewilligd vanwege omstandigheden buiten zijn verantwoordelijkheid, namelijk de ziekte van zijn moeder. Hierdoor heeft de referent zijn status als begunstigde niet verloren.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiseres.