Het geschil betreft de vervroegde onteigening van drie percelen grond nabij een adres te Midden-Delfland, aangewezen in een Koninklijk Besluit ter uitvoering van het bestemmingsplan Harnaschpolder Zuid 2014. De eigenaar van de percelen, gedaagde, wordt geconfronteerd met een schadeloosstelling van € 645.000,- aangeboden door het bedrijvenschap, de publiekrechtelijke rechtspersoon die het bedrijvenschap vertegenwoordigt.
De percelen zijn deels belast met hypotheken en zakelijke rechten, waaronder die van Rabobank c.s., die in de procedure tussenkomt om haar belangen als hypotheekhouder te beschermen. De rechtbank wijst de tussenkomst van Rabobank c.s. toe en veroordeelt het bedrijvenschap in de kosten van het incident.
Het verweer van gedaagde tegen de onteigening leidt ertoe dat de zaak wordt verwezen naar de meervoudige kamer voor behandeling. De behandeling van het debat over schadeloosstelling en de aanspraken van Rabobank c.s. wordt aangehouden tot na de zitting op 12 juli 2018.
De rechtbank bepaalt dat het verweer tegen de onteigeningstitel op die datum zal worden behandeld door drie rechters en houdt verdere beslissingen aan. Dit vonnis betreft een tussenuitspraak in het incident en de procedure in eerste aanleg.