ECLI:NL:RBDHA:2018:1875
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar visumaanvraag wegens niet-overeenkomende handtekeningen
Eiseres, een Egyptische staatsburger, verzocht op 26 januari 2017 om een visum voor kort verblijf voor familiebezoek. De minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvraag af. Eiseres stelde bezwaar in, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de handtekening op het machtigingsformulier voor het indienen van het bezwaar niet overeenkwam met de handtekening op het visumaanvraagformulier.
Verweerder bood eiseres een herstelverzuimtermijn aan, waarop eiseres reageerde met een tweede machtigingsformulier met wederom een afwijkende handtekening. De rechtbank constateerde dat er nu drie verschillende handtekeningen van eiseres waren, wat aanleiding gaf tot twijfel over de bevoegdheid van de gemachtigde om het bezwaar namens haar in te dienen.
De rechtbank oordeelde dat een gebrek aan een geldige machtiging in de beroepsfase niet kan worden hersteld en dat verweerder daarom terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege niet-overeenkomende handtekeningen op het machtigingsformulier, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.