ECLI:NL:RBDHA:2018:1945
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in zaak ontslag executeur testamentair
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter J.L.M. Luiten, die betrokken was bij een procedure over het ontslag van verzoeker als executeur testamentair. Het wrakingsverzoek werd ingediend naar aanleiding van vermeende vooringenomenheid van de kantonrechter, omdat deze eerder uitstel had verleend aan de wederpartij op een wijze die niet volgens de regels zou zijn verlopen.
Tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 22 januari 2018 lichtte verzoeker zijn standpunt toe, terwijl de kantonrechter schriftelijk zijn verweer indiende. De wrakingskamer nam kennis van de processtukken en constateerde dat er fouten waren gemaakt door de rechtbank bij het vaststellen van de zittingsdatum, met name door het niet tijdig informeren van verzoeker over een uitstelverzoek van de wederpartij.
De wrakingskamer oordeelde echter dat deze fouten niet direct aan de kantonrechter konden worden toegerekend en dat er geen gegronde vrees voor partijdigheid bestond, mede omdat er nog geen inhoudelijke behandeling had plaatsgevonden ten tijde van de problemen. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens het ontbreken van gegronde vrees voor partijdigheid.