ECLI:NL:RBDHA:2018:1947
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen Dublinbesluit over meerderjarigheid en overdracht aan Duitsland
Eiser, van Malinese nationaliteit en geboren in 2000, vroeg op 24 september 2017 asiel aan in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser eerder asiel had aangevraagd in Duitsland, waar hij geregistreerd stond als meerderjarige met Guinese nationaliteit.
Eiser voerde aan dat het advies van de FMMU tegenstrijdig was, dat er onvolledige informatie in het claimverzoek stond, dat hij het Dublingebied had verlaten en dat hij vreest voor refoulement. De rechtbank oordeelde dat het advies van de FMMU betrouwbaar was en dat geen sprake was van beperkingen die relevant zijn voor horen en beslissen. Het claimverzoek bevatte voldoende informatie en de stelling dat eiser het grondgebied had verlaten was niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht uitging van de Duitse gegevens en dat er geen gronden waren om de discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening toe te passen. De omstandigheden van eiser rechtvaardigen geen uitzondering op overdracht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het Dublinbesluit is ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft gehandhaafd.