ECLI:NL:RBDHA:2018:1962
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opheffing ongewenstverklaring EU-onderdaan wegens recidive en actuele bedreiging
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende echtgenoot van een EU-burger, is sinds 2004 ongewenst verklaard vanwege een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien jaar voor ernstige drugsdelicten. Na een verzoek tot opheffing in 2017 wees de staatssecretaris dit af wegens onvoldoende gegevens en het niet voldoen aan de vereisten, mede vanwege een nieuwe veroordeling in Duitsland in 2011 tot bijna negen jaar gevangenisstraf voor soortgelijke delicten.
De rechtbank stelt vast dat eiser onder de verblijfsrichtlijn valt, maar dat het bestreden besluit een rechtmatige maatregel is ter bescherming van de openbare orde en veiligheid. De recidive en het feit dat eiser na detentie en elektronisch toezicht geen bewijs heeft geleverd van gedragsverandering, rechtvaardigen de handhaving van de ongewenstverklaring.
Eiser voerde aan dat het besluit strijdig is met artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn gezinsleven en privébelangen, maar de rechtbank oordeelt dat het gezinsleven ook in België kan plaatsvinden en dat het belang van eiser om in Nederland te verblijven niet opweegt tegen de bescherming van de samenleving.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de ongewenstverklaring wegens recidive en actuele bedreiging voor de samenleving.