ECLI:NL:RBDHA:2018:2014
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening continuering Rva-verstrekkingen vreemdeling
Verzoeker heeft bij besluit van 16 januari 2018 een afwijzing ontvangen op zijn aanvraag voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en het ontzeggen van verblijfsrecht. Hij was reeds in 2010 bevolen Nederland en de EU te verlaten. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) te continueren.
De voorzieningenrechter overwoog dat er geen formeel beëindigingsbesluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) was genomen en dat het voornemen tot beëindiging niet voldoende spoedeisend was om een ordemaatregel te rechtvaardigen. Tevens wees de rechter erop dat verzoeker ook na beëindiging van de Rva-verstrekkingen aanspraak kan maken op noodzakelijke medische zorg op grond van artikel 10 van Pro de Vreemdelingenwet.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak werd zonder zitting gedaan. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot continuering van Rva-verstrekkingen wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.