ECLI:NL:RBDHA:2018:2091
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Meijers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening
Eisers hebben asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling zijn genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eisers voerden aan dat Italië verantwoordelijk zou zijn omdat zij daar als eerste zijn binnengekomen en de Duitse autoriteiten hun aanvragen niet inhoudelijk hebben behandeld.
De rechtbank oordeelt dat Duitsland verantwoordelijk is geworden omdat de overdrachtstermijn voor eiser was verstreken zonder overdracht aan Italië en omdat Duitsland voor eiseres op haar aanvraag heeft beslist. Eisers stelden subsidiair dat de behandeling onverplicht aan Nederland zou moeten worden overgedragen vanwege het ontbreken van een effectief rechtsmiddel in Duitsland.
De rechtbank stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Het Duitse systeem biedt rechtsbijstand in beroep en een onafhankelijke rechter beoordeelt de kansrijkheid van het beroep. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard.