ECLI:NL:RBDHA:2018:2094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid seksuele geaardheid en gevolgen
Eiser, een Ugandese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens vervolging vanwege zijn homoseksualiteit. Hij stelde dat hij door politie werd gearresteerd en gezocht werd vanwege zijn seksuele geaardheid. Verweerder achtte zijn identiteit geloofwaardig, maar verwierp de geloofwaardigheid van zijn seksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van eiser, mede vanwege inconsistente verklaringen over zijn bewustwordingsproces, het ontbreken van concrete toelichting over zijn acceptatie en ongerijmdheden zoals het starten van een heteroseksuele relatie in 2011. Verweerder had volgens de rechtbank voldoende rekening gehouden met culturele context en psychologische factoren.
Het nader gehoor was zorgvuldig, ondanks dat eiser soms inconsequent was door hoofdpijn en emoties. De rechtbank vond geen sprake van vooringenomenheid bij verweerder. De verklaringen over het incident in een hotel en de nasleep daarvan waren onvoldoende concreet en samenhangend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de seksuele geaardheid wordt ongegrond verklaard.