ECLI:NL:RBDHA:2018:2237
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf voor pleegkinderen uit Eritrea
Eisers, Eritrese pleegkinderen van een referent met een verblijfsvergunning asiel, hebben een aanvraag gedaan voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat de feitelijke gezinsband en het voogdijschap niet met documenten waren aangetoond.
Eisers stelden dat zij voldoende bewijs hadden geleverd, waaronder verklaringen van dorpsoudsten en documenten uit Eritrea, en dat zij inmiddels oud genoeg zijn om zelf over de familieband te verklaren. Ook wezen zij op het Eritrese Burgerlijk Wetboek dat de voogdij automatisch overgaat op bepaalde personen zonder rechtbankbeslissing.
De rechtbank oordeelde dat de authenticiteit van de overgelegde documenten niet kon worden vastgesteld en dat niet was aangetoond dat de biologische ouders overleden zijn of dat de referent het ouderlijk gezag heeft. Er was geen bewijsnood en geen reden voor een identificerend gehoor. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de mvv-aanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag is ongegrond verklaard.