ECLI:NL:RBDHA:2018:2294
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Ghrib
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag homoseksuele Cubaan wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico
Eiser, een Cubaanse homoseksueel, verzocht om asiel in Nederland vanwege vermeende vervolging in Cuba, waaronder politiecontacten, boetes en aanhoudingen vanwege zijn seksuele geaardheid. Hij vreesde ook een gevangenisstraf bij terugkeer.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende bewijs dat de vervolging verband hield met zijn homoseksualiteit of dat er een reëel risico op ernstige schade bestond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van de omvang en aard van de boetes, aanhoudingen en oproepen, en dat de dreiging van gevangenisstraf ongeloofwaardig was.
De rechtbank overwoog dat de enkele omstandigheid van homoseksualiteit onvoldoende is voor vluchtelingenstatus zonder concrete aanwijzingen van structurele vervolging. Ook werd het feit dat eiser Cuba zonder problemen kon verlaten meegewogen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van vervolging en dreiging.