ECLI:NL:RBDHA:2018:2349
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op artikel 9 Dublinverordening wegens verblijf minderjarige kinderen zonder internationale bescherming
Eiseres, een staatloze vrouw afkomstig uit Syrië, diende op 9 mei 2017 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam haar aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk werd geacht volgens de Dublinverordening. Eiseres stelde beroep in en de rechtbank vernietigde eerder een besluit vanwege onvoldoende motivering over de verblijfsstatus van haar minderjarige kinderen die in Duitsland bij haar ex-echtgenoot verblijven.
Na aanvullend onderzoek bleek dat de kinderen een reguliere verblijfsvergunning hebben in Duitsland, maar zelf geen internationale bescherming genieten. De rechtbank oordeelt dat artikel 9 van Pro de Dublinverordening alleen van toepassing is als de gezinsleden zelf internationale bescherming genieten. Omdat dit niet het geval is, faalt het beroep van eiseres.
De rechtbank concludeert dat de Duitse autoriteiten volgens hun nationale procedures een reguliere verblijfsvergunning hebben verleend aan de kinderen, waardoor eiseres hieraan geen rechten kan ontlenen in het kader van artikel 9. Er is geen aanleiding voor prejudiciële vragen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat haar minderjarige kinderen in Duitsland geen internationale bescherming genieten.