ECLI:NL:RBDHA:2018:2438
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning wegens vertrek vreemdeling naar Litouwen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Tijdens de zitting bleek dat eiser sinds 7 februari 2018 geen contact meer had met zijn gemachtigde en ook niet was verschenen bij de zitting. De staatssecretaris had de Litouwse autoriteiten geïnformeerd dat de overdracht van eiser niet binnen de termijn kon worden uitgevoerd omdat eiser was verdwenen.
De rechtbank overwoog dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, hij geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Gezien het ontbreken van contact en het feit dat eiser niet is verschenen, concludeerde de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.