ECLI:NL:RBDHA:2018:2503
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toelage onregelmatige dienst en beroep op gelijkheidsbeginsel afgewezen
Eiser, werkzaam als opsporingsambtenaar bij de Koninklijke Marechaussee, kreeg zijn toelage onregelmatige dienst (TOD) met terugwerkende kracht per 8 februari 2016 beëindigd. Hij maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna een deel van de terugvordering werd herroepen, maar de rest bleef gehandhaafd. Eiser voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat bij collega’s geen terugvordering plaatsvond terwijl hun situaties gelijk zouden zijn.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht onderscheid maakte omdat de collega’s in kwestie in de praktijk wel onregelmatig werkten en meer onregelmatigheidspunten kregen toegekend, terwijl eiser vanaf 8 februari 2016 volgens een regulier dagrooster werkte. Dit verschil rechtvaardigt de terugvordering en het beëindigen van de toelage.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake is van gelijke gevallen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de toelage onregelmatige dienst en de terugvordering wordt ongegrond verklaard.