ECLI:NL:RBDHA:2018:2527
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag door niet aangevangen beslistermijn
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, ingediend op 23 januari 2017. Verweerder heeft op basis van de Dublinverordening een claim gelegd bij de Duitse autoriteiten, die deze claim tweemaal hebben afgewezen. Verweerder heeft vervolgens verzoeken tot heroverweging ingediend, waarop nog geen reactie is ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat in deze procedure alleen kan worden beoordeeld of verweerder tijdig heeft beslist, niet of verweerder verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De prejudiciële vragen van de rechtbank Haarlem over termijnen bij verzoeken om heroverweging zijn niet relevant voor de vraag of de beslistermijn is overschreden.
Volgens artikel 42, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vangt de beslistermijn pas aan zodra Nederland als verantwoordelijke lidstaat is vastgesteld. Omdat deze verantwoordelijkheid nog niet is vastgesteld, is de beslistermijn nog niet aangevangen. Hierdoor is eiser prematuur in gebreke gesteld en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Elferink en griffier De Zwart op 9 januari 2018. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn nog niet is aangevangen.