ECLI:NL:RBDHA:2018:2593
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald asielverzoek op grond van niet-geloofwaardige homoseksualiteit
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende een herhaald asielverzoek in met als grond zijn homoseksuele gerichtheid. Eerder was vastgesteld dat zijn seksuele gerichtheid niet geloofwaardig was bevonden. In deze procedure voerde eiser nieuwe verklaringen en foto's aan ter onderbouwing.
Verweerder stelde dat deze stukken slechts ondersteunend zijn en dat eiser zelf zijn seksuele gerichtheid aannemelijk moet maken, hetgeen niet is gelukt. De rechtbank oordeelde dat de nieuwe stukken geen relevante nieuwe feiten bevatten en dat eiser vaag en niet overtuigend heeft verklaard over zijn innerlijke bewustwordingsproces.
Eiser voerde aan dat de beoordelingswijze onzorgvuldig is en verwees naar een motie van de Tweede Kamer en een wetenschappelijk artikel. De rechtbank volgde dit niet en bevestigde dat de gehanteerde werkinstructie een juiste beoordelingssystematiek biedt.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet in aanmerking komt voor toelating op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het herhaald asielverzoek wordt ongegrond verklaard.