ECLI:NL:RBDHA:2018:2610
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing visum kort verblijf voor familiebezoek
Eiseres, een Pakistaanse nationaliteit houdende vrouw, vroeg op 3 maart 2017 een visum kort verblijf aan voor familiebezoek bij haar zoon in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvraag op 21 maart 2017 af. Eiseres diende een bezwaarschrift in, dat door verweerder kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging voor haar gemachtigde.
Eiseres stelde dat een schriftelijke machtiging niet noodzakelijk was omdat haar belangen werden behartigd door een advocaat, die volgens de Awb geen machtiging hoeft te overleggen. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet in redelijkheid mocht verlangen dat een advocaat een schriftelijke machtiging overlegt, zeker gezien de correspondentie en het gebruik van advocatenbriefpapier.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.