ECLI:NL:RBDHA:2018:2629
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken geldig paspoort en mvv-vereiste
Eiser, een Libische nationaliteit dragende persoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van familieleven volgens artikel 8 EVRM Pro. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen geldig paspoort of verklaring van de Libische autoriteiten kon overleggen.
Eiser voerde aan dat het ontbreken van een paspoort onvoldoende reden was voor afwijzing en dat de belangenafweging ten onrechte was gemaakt, waarbij ook werd gewezen op mogelijke strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 15c van de EU-Definitierichtlijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de aanvraag af te wijzen op grond van het ontbreken van de vereiste documenten en dat eiser geen voldoende onderbouwing gaf voor zijn stellingen.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder terecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule en dat het niet horen van eiser in bezwaar geoorloofd was. Ook werd het beroep op uitstel van vertrek en het inreisverbod niet gegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens ontbreken van een geldig paspoort en het niet voldoen aan het mvv-vereiste.