Uitspraak
Beschikking op het op 1 maart 2017 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker]
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
Verzoek en het standpunt van de IND en de officier van justitie
Feiten
- Verzoeker heeft zich op 10 juli 1972 vanuit Suriname in Nederland gevestigd.
- Verzoeker had toen de Nederlandse nationaliteit.
- Op 25 november 1975 werd Suriname onafhankelijk. Omdat verzoeker op dat moment in Nederland woonde, behield hij ingevolge de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname (TOS) de Nederlandse nationaliteit.
- Op 9 maart 2006 is verzoeker geremigreerd naar Suriname.
- Met ingang van 10 maart 2006 kreeg verzoeker van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een uitkering in het kader van de Remigratiewet. Aan deze uitkering is de verplichting verbonden zo spoedig mogelijk de nationaliteit van het bestemmingsland (Suriname) aan te nemen of aan te vragen.
- Verzoeker heeft op 28 februari 2007 een verzoek ingediend tot verkrijging van de Surinaamse nationaliteit.
- Op 25 oktober 2010 verkreeg verzoeker bij resolutie van de President van de Republiek Suriname de Surinaamse nationaliteit.
- In deze resolutie is onder meer het volgende opgenomen: “
- Op 9 februari 2011 heeft verzoeker afstand gedaan van de Nederlandse nationaliteit.
- De verklaring van afstand van de Nederlandse nationaliteit door verzoeker werd op 10 februari 2011 bevestigd door het Hoofd Consulaire Afdeling van de Nederlandse ambassade te Paramaribo, Suriname.
- Op 25 februari 2016 is aan verzoeker een Nederlands paspoort afgegeven door de Nederlandse ambassade in Paramaribo, Suriname.
- Op 1 augustus 2016 heeft verzoeker zich vanuit Suriname gevestigd in Nederland.
- Op 4 januari 2017 heeft de gemeente [woonplaats] verzoeker medegedeeld dat de Nederlandse ambassade ten onrechte een Nederlands paspoort heeft verstrekt, omdat verzoeker op 9 februari 2011 reeds afstand heeft gedaan van de Nederlandse nationaliteit. De gemeente heeft verzoeker medegedeeld voornemens te zijn de registratie van de Nederlandse nationaliteit van verzoeker in de basisregistratie personen (BRP) te beëindigen.
- Bij beschikking van 30 januari 2017 heeft de gemeente [woonplaats] de registratie van de Nederlandse nationaliteit van verzoeker in de BRP beëindigd.
- Tegen deze beschikking heeft verzoeker bezwaar ingediend, welk bezwaar op 4 april 2017 ongegrond is verklaard.