ECLI:NL:RBDHA:2018:2801
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat Zweden tekortkomingen kent in de asielprocedure en opvang, en dat overdracht aan Zweden zou leiden tot schending van het Handvest van de EU, maar deze stellingen werden ingetrokken of onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht op de informatie van de Zweedse autoriteiten heeft vertrouwd en dat het aan eiser is om bewijs te leveren over de status van zijn procedure in Zweden. Ook de subsidiaire grond dat overdracht aan Zweden onevenredige hardheid zou opleveren, werd verworpen omdat verweerder beoordelingsruimte heeft bij toepassing van de humanitaire clausule.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 8 maart 2018 door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.