ECLI:NL:RBDHA:2018:2951
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens niet betalen EMG-kosten
Verzoeker is door het CBR verplicht gesteld een cursus over verantwoord rijgedrag te volgen, waarbij opleggingskosten en cursusgeld moesten worden betaald. Verzoeker betaalde deze kosten niet binnen de gestelde termijn, waarna het CBR het rijbewijs ongeldig verklaarde. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet tijdig betalen van de kosten gelijkstaat aan het niet verlenen van medewerking aan de opgelegde maatregel. Dit rechtvaardigt de ongeldigverklaring van het rijbewijs volgens de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011. De rechtbank benadrukt dat het indienen van bezwaar geen opschortende werking heeft en dat er geen ruimte is voor een belangenafweging.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker had zijn rijbewijs dringend nodig voor zijn werk als taxichauffeur, maar dit leidt niet tot een andere uitkomst. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen.